Ik ben stout geweest, bijna 2 maanden geen bericht op deze weblog gezet.
Net kwam ik bovenstaande woordverificatie tegen, en toen moest ik weer.
de waan van de dag
Voor de Dappere...
Down the street the dogs are barkin'
And the day is a-gettin' dark.
As the night comes in a-fallin',
The dogs 'll lose their bark.
Voor mij op tafel ligt een oorbel, een zweerknopje dat niet uit mijn oor komt. De zeven gaten verdeelt over twee oren zijn dichtgegroeid, al jaren. Verder ligt er een pen met rode inkt, ongeordende stapels papier, een digitale camera en een pakje shag, naast de asbak.
Luisteren is moeilijker dan praten, zeker voor mij.
De buis schreeuwt over contact zoeken met de ander door een teletextpagina te bezoeken, ik zal wel oud worden, of wereldvreemd. Vanmiddag bij de koffie heb ik nog lopen opscheppen over lange haren, broeken vol bloemen en flanellen overhemden, de wazige blikken bevestigen eens te meer dat ik oud word, of wereldvreemd.
Ik ben nog nooit zo gelukkig geweest als nu, nu ik wereldvreemd ben, nu ik niet meer kan meepraten en voor me uit mompel over zaken die mij interesseren.
De buis hoort daar niet bij, na een kwartiertje kijken begin ik me al te vervelen, word ik opstandig en begin ik onzin te roepen.
Wereldvreemd ben ik alleen voor de ander. De ander die ik niet ben.
Ik is een ander aldus Rimbaud.
And the day is a-gettin' dark.
As the night comes in a-fallin',
The dogs 'll lose their bark.
Voor mij op tafel ligt een oorbel, een zweerknopje dat niet uit mijn oor komt. De zeven gaten verdeelt over twee oren zijn dichtgegroeid, al jaren. Verder ligt er een pen met rode inkt, ongeordende stapels papier, een digitale camera en een pakje shag, naast de asbak.
Luisteren is moeilijker dan praten, zeker voor mij.
De buis schreeuwt over contact zoeken met de ander door een teletextpagina te bezoeken, ik zal wel oud worden, of wereldvreemd. Vanmiddag bij de koffie heb ik nog lopen opscheppen over lange haren, broeken vol bloemen en flanellen overhemden, de wazige blikken bevestigen eens te meer dat ik oud word, of wereldvreemd.
Ik ben nog nooit zo gelukkig geweest als nu, nu ik wereldvreemd ben, nu ik niet meer kan meepraten en voor me uit mompel over zaken die mij interesseren.
De buis hoort daar niet bij, na een kwartiertje kijken begin ik me al te vervelen, word ik opstandig en begin ik onzin te roepen.
Wereldvreemd ben ik alleen voor de ander. De ander die ik niet ben.
Ik is een ander aldus Rimbaud.
waar je W. niet zoekt, zou je 'm kunnen vinden
Het enige dat ik van W. weet is dat zijn naam niet W. is. Al het andere is speculatie. Het zijn de wilde gedachten op de late avond die nog moet beginnen.
W. staat spoorloos voor mijn neus. In het duister, afwezig.
En in die afwezigheid drukt hij op mijn gemoed, op het zoeken naar het WAAR van de HEID. W. heeft maar drie woorden op zijn lippen: zie mij aan. Hij is zich er terdege van bewust dat dit een contradictie is, zo stel ik mij voor. Ik weet het niet, allemaal veronderstelling.
Ik moet weg van de veronderstelling, mijzelf losrukken uit de aangeleerde oogopslag. Ik zie wat ik alleen maar geleerd heb om te zien. Ik zie niet meer de leegte, de schaduw, de ruimte rondom W.
En voor je het vraagt, W. is nooit gefotografeerd. Er is geen beeld van W. geen afdruk van zijn gelaat, al lijt zijn gelaat wel een afdruk achter. Een afdruk op het netvlies van een dag die begon met de wekker en eindigt met de wekker.
Is het ooit opgevallen dat W. rookt? Dat W. slist als hij vloekt? Dat W. er nooit is wanneer je hem nodig hebt? W. is weg, vertrokken richting de noorderzon, zoekend naar warmte schrijven de kranten.
Al bevatten kranten zelden iets anders dan leugens en halve waarheden.
W. staat spoorloos voor mijn neus. In het duister, afwezig.
En in die afwezigheid drukt hij op mijn gemoed, op het zoeken naar het WAAR van de HEID. W. heeft maar drie woorden op zijn lippen: zie mij aan. Hij is zich er terdege van bewust dat dit een contradictie is, zo stel ik mij voor. Ik weet het niet, allemaal veronderstelling.
Ik moet weg van de veronderstelling, mijzelf losrukken uit de aangeleerde oogopslag. Ik zie wat ik alleen maar geleerd heb om te zien. Ik zie niet meer de leegte, de schaduw, de ruimte rondom W.
En voor je het vraagt, W. is nooit gefotografeerd. Er is geen beeld van W. geen afdruk van zijn gelaat, al lijt zijn gelaat wel een afdruk achter. Een afdruk op het netvlies van een dag die begon met de wekker en eindigt met de wekker.
Is het ooit opgevallen dat W. rookt? Dat W. slist als hij vloekt? Dat W. er nooit is wanneer je hem nodig hebt? W. is weg, vertrokken richting de noorderzon, zoekend naar warmte schrijven de kranten.
Al bevatten kranten zelden iets anders dan leugens en halve waarheden.
zoeken naar W.
W. wil niet gevonden worden. Zijn verjaardag - op 30 februari, schrijf maar in de agenda - viert hij niet. Het is zo'n lieve jongen, al heb ik ook wel andere verhalen gehoord over klauwen en bloed. En hoe hij stond te schelden tot de blaren op zijn vingers stonden.
W. is best een lieve jongen, als hij niet de was aan de vlaggenstok en de moedwil aan de wilgen hangt.
Eenmaal heb ik hem persoonlijk gesproken, toen was hij al platgespoten. Dat is beter voor W., zeiden de doktoren, maar W. had daar andere gedachten over, zo zag ik in zijn wild starende ogen.
Geef W. eens ongelijk, de lieve jongen.
W. is best een lieve jongen, als hij niet de was aan de vlaggenstok en de moedwil aan de wilgen hangt.
Eenmaal heb ik hem persoonlijk gesproken, toen was hij al platgespoten. Dat is beter voor W., zeiden de doktoren, maar W. had daar andere gedachten over, zo zag ik in zijn wild starende ogen.
Geef W. eens ongelijk, de lieve jongen.
Take me to the water
Take Me to the Water from Dust-to-Digital on Vimeo.
Take me to the water!
Take me to the life-streaming water!
Take me to be baptisedIn the name of the Father!
In the name of the Son!
In the name of the Holy Ghost!
Forever, ever, Amen!
Bekijk de film hierboven, voor mij is dit genoeg om het boek en de cd te willen aanschaffen.
de leugen
Otto Snoeshaan heeft geen zoon en toch zegt hij Ja doe maar, is leuk voor mijn zoon, wanneer de dame achter de kassa, na het afrekenen van de boodschappen, vraagt of hij de voetbalplaatjes wil hebben.
Otto heeft zelf een boek om de plaatjes in te plakken en zijn boek is al bijna vol, hij hoeft er nog maar acht. Nog maar acht, maar het wordt wel steeds moeilijker.
Nou is er volgende week een ruilbeurs en Otto heeft er wel meer dan veertig dubbel, hij hoeft er nog maar acht. Nou alleen nog ergens een zoon vandaan halen en Otto kan naar de beurs, voor die laatste acht.
Nog maar acht. Een zoon. Nog maar acht.
Het blijft door Otto's hoofd spoken, nog maar acht.
Het boek moet vol, Otto slaapt er niet van. Even schiet het door zijn hoofd om een advertentie te plaatsen in de krant: dringend gezocht: leen-zoon, maar dat idee verwerpt hij gelijk weer, hoe gek moet je zijn om zo ver te zinken voor voetbalplaatjes? Nee, dat gaat zelfs Otto te ver. Maar gelijk zeurt het weer in zijn achterhoofd: nog acht.
Natuurlijk kan hij de gok wagen en nog wat onnodige boodschappen halen. Het beste is een tas vol blikken kippensoep want bij de kippensoep krijg je deze week extra plaatjes. Otto telt zijn geld en rekent, van zijn laatste geld kan hij nog zeventien blikken kippensoep halen. Zeventien blikken, dat levert twee zakjes plaatjes op, plus per twee blikken één extra zakje, dus tien zakjes plaatjes. Per zakje vier plaatjes, dat zijn veertig plaatjes.
Veertig plaatjes en de rest van de maand, nog tien dagen, alleen maar kippensoep eten.
Al blijft het een gok of de ontbrekende acht bij de veertig zitten, het is een optie.
Otto heeft zelf een boek om de plaatjes in te plakken en zijn boek is al bijna vol, hij hoeft er nog maar acht. Nog maar acht, maar het wordt wel steeds moeilijker.
Nou is er volgende week een ruilbeurs en Otto heeft er wel meer dan veertig dubbel, hij hoeft er nog maar acht. Nou alleen nog ergens een zoon vandaan halen en Otto kan naar de beurs, voor die laatste acht.
Nog maar acht. Een zoon. Nog maar acht.
Het blijft door Otto's hoofd spoken, nog maar acht.
Het boek moet vol, Otto slaapt er niet van. Even schiet het door zijn hoofd om een advertentie te plaatsen in de krant: dringend gezocht: leen-zoon, maar dat idee verwerpt hij gelijk weer, hoe gek moet je zijn om zo ver te zinken voor voetbalplaatjes? Nee, dat gaat zelfs Otto te ver. Maar gelijk zeurt het weer in zijn achterhoofd: nog acht.
Natuurlijk kan hij de gok wagen en nog wat onnodige boodschappen halen. Het beste is een tas vol blikken kippensoep want bij de kippensoep krijg je deze week extra plaatjes. Otto telt zijn geld en rekent, van zijn laatste geld kan hij nog zeventien blikken kippensoep halen. Zeventien blikken, dat levert twee zakjes plaatjes op, plus per twee blikken één extra zakje, dus tien zakjes plaatjes. Per zakje vier plaatjes, dat zijn veertig plaatjes.
Veertig plaatjes en de rest van de maand, nog tien dagen, alleen maar kippensoep eten.
Al blijft het een gok of de ontbrekende acht bij de veertig zitten, het is een optie.
Het dilemma van een otto
Geachte meneer,
Zie, ik heb een prijs gewonnen en in gedachten heb ik het prijzengeld al tien keer uitgegeven, maar het geld wordt maar niet op mijn rekening gestort. En ik wacht al zeven weken. Ik heb al meerdere malen met de telefoon in de hand gezeten, om eens te informeren waar het geld blijft, maar iedere keer wanneer de telefoon overgaat, hoor ik de stem van mijn moeder: Kinderen die vragen worden overgeslagen en dus hang ik maar weer op voor de telefoon aan de andere kant is opgepakt.
En daarom, schrijf ik u, meneer Balkenende. Zou u niet eens willen bellen?
Met vriendelijke groet,
Otto Snoeshaan
P.S.: ik stem al jaren PVDA, maar dat wil ik best heroverwegen.
Zie, ik heb een prijs gewonnen en in gedachten heb ik het prijzengeld al tien keer uitgegeven, maar het geld wordt maar niet op mijn rekening gestort. En ik wacht al zeven weken. Ik heb al meerdere malen met de telefoon in de hand gezeten, om eens te informeren waar het geld blijft, maar iedere keer wanneer de telefoon overgaat, hoor ik de stem van mijn moeder: Kinderen die vragen worden overgeslagen en dus hang ik maar weer op voor de telefoon aan de andere kant is opgepakt.
En daarom, schrijf ik u, meneer Balkenende. Zou u niet eens willen bellen?
Met vriendelijke groet,
Otto Snoeshaan
P.S.: ik stem al jaren PVDA, maar dat wil ik best heroverwegen.
lebowski
Van achter de ramen bekeken oogt het goed buiten. Goed genoeg om in versleten jeans en t-shirt op het bankje plaats te nemen, onder de trossen blauwe regen. Starend naar beneden, naar de tenen, concluderen dat nagels geknipt moeten worden en het vervolgens niet doen. Langzaam een sigaret draaien, niet te dik, niet te strak. Nog even wachten met aansteken.
In gedachten de mogelijkheid van een barbecue opperen, niet meer dan dat en zeker nog niet uitspreken, voor je het weet zit je er aan vast.
Nog net niet zomer genoeg om de zonnebril af te stoffen.
Wat moet het heerlijk zijn om zo in de tuin te zitten.
Nou kan ik natuurlijk de achterdeur openen, de sokken uittrekken, de shag meenemen en daadwerkelijk in de tuin, op het bankje, onder de blauwe regen gaan zitten.
Ik zou het kunnen doen, maar de mogelijkheid is genoeg. Het hoeft niet meer.
Bijna lunch-tijd. Is er nog koffie? Er is nog koffie, van vanochtend. Eén schepje suiker. De borden van het ontbijt staan nog op tafel. De kalender zegt dat het maandag is. Op maandag komt er zelden post. Een stapel reclamefolders ligt nog op de mat. De bovenste staat vol stoelen en banken en gereduceerde prijzen in witte letters in rode sterren. Alleen de uitroeptekens ontbreken.
Maandag zou een productieve dag moeten zijn, productie ligt in de maandag besloten. Woorden moeten stromen op papier. Kwasten moeten over canvas denderen.
Ik zag net dat er gisteren een boekenmarkt was, ik loop achter. Dan maar herlezen, De Nachtegalen van J.C. Bloem of Asschepoetster van Hélène Lapidoth-Swarth. Van de duizenden gedichten die ik heb gelezen, heb ik er maar een paar onthouden. De herinnering is zuinig op de beschikbare ruimte.
De konijnen moeten nog eten.
Soms voel ik me net Sal Paradise, maar meestal ook niet. Ik moet schrijven. Niet hier, niet dit. Het is maandag, er moet geschreven worden.
Ik laat de parasol maar ingeklapt. Ik moet zoonlief helpen met de lego.
In gedachten de mogelijkheid van een barbecue opperen, niet meer dan dat en zeker nog niet uitspreken, voor je het weet zit je er aan vast.
Nog net niet zomer genoeg om de zonnebril af te stoffen.
Wat moet het heerlijk zijn om zo in de tuin te zitten.
Nou kan ik natuurlijk de achterdeur openen, de sokken uittrekken, de shag meenemen en daadwerkelijk in de tuin, op het bankje, onder de blauwe regen gaan zitten.
Ik zou het kunnen doen, maar de mogelijkheid is genoeg. Het hoeft niet meer.
Bijna lunch-tijd. Is er nog koffie? Er is nog koffie, van vanochtend. Eén schepje suiker. De borden van het ontbijt staan nog op tafel. De kalender zegt dat het maandag is. Op maandag komt er zelden post. Een stapel reclamefolders ligt nog op de mat. De bovenste staat vol stoelen en banken en gereduceerde prijzen in witte letters in rode sterren. Alleen de uitroeptekens ontbreken.
Maandag zou een productieve dag moeten zijn, productie ligt in de maandag besloten. Woorden moeten stromen op papier. Kwasten moeten over canvas denderen.
Ik zag net dat er gisteren een boekenmarkt was, ik loop achter. Dan maar herlezen, De Nachtegalen van J.C. Bloem of Asschepoetster van Hélène Lapidoth-Swarth. Van de duizenden gedichten die ik heb gelezen, heb ik er maar een paar onthouden. De herinnering is zuinig op de beschikbare ruimte.
De konijnen moeten nog eten.
Soms voel ik me net Sal Paradise, maar meestal ook niet. Ik moet schrijven. Niet hier, niet dit. Het is maandag, er moet geschreven worden.
Ik laat de parasol maar ingeklapt. Ik moet zoonlief helpen met de lego.
satori
Het verlangen naar rust terwijl er zoveel ligt te wachten, de gedachten die aankloppen avond naar avond. Ik moet schrijven roep ik iedere avond tegen de spiegel.
Harry is voor even uit mij verdwenen.
Altijd een tekort aan tijd. En toch slaap ik slecht, lig ik wakker.
Het vertrouwen in de buis heb ik al jaren geleden aan de wilgen gehangen. Ik moet te veel andere zaken regelen, doen, ik moet schrijven.
Niet hier, elders.
En lezen, wat gaat er boven lezen - schrijven.
Woorden.
Niemand kijkt nog naar de woorden, smijt ze alleen nog in het luchtledige van alledag. Woorden.
Waar haal ik de tijd vandaan? Ik word oud, ouder dan gisteren.
Niet dat het me ongelukkig maakt of anders maakt of verlegen met de situatie of...
Alleen.
Woorden, een kop vol.
De spieren in de handen willen ze er via een pen niet uitwringen. De gordijnen dicht, niemand mag me zien.
Ik ben niet wie ik ben, ik is een ander, om Rimbaud te parafraseren. Good old Rimbaud. Waar is Rimbaud, waar liggen zijn botten, zijn woorden te rusten na gedane arbeid?
Het schijnt tijd te zijn, als ik maar wist waarvoor het tijd is.
Vertel niemand dat ik er ben, ik verlang niet naar aandacht, vertel niemand dat ik mij schuil houd achter mijn toetsenbord, achter de woorden die mijn vingertoppen door te drukken nog moeten vormen.
vertel niet dat ik er ben.
ik ben er niet, nooit geweest.
De asbak is ooit leeg geweest. Leger dan de dag.
Het is allemaal herinnering, dit hier, nu, nooit geweest. Woorden. Herinnering.
Ik herinner mij de jonge dame die in het water sprong om naar haar moeder te zwemmen. De moeder was al jaren dood. De jonge dame dronken.
Waarom de donkere gedachten, nu, vandaag?
Er is geen reden, geen aanleiding om op dit pad uit te komen.
De wereld in slingeren wat hooguit vluchtig bekeken zal worden is nog altijd meer dan helemaal niet bekeken te worden.
Rust.
Nietzsche schreef ergens iets over straffen, dat zolang wetgeving geen rekening hield met de belevingwereld van de gestrafte straffen zinloos is. Wat is straf? Zijn we niet allemaal zondaars?
Alles is perspectief.
Vanuit mijn hutje bekeken is het centrum van de wereld dagreizen ver weg.
De handen staan krom, zó oud ben ik nog niet, maar de handen staan krom.
Alles moet op papier, iedere dag, het heilige papier. Niets mooiers dan het vullen van papier. Wilde gedachten. De dag moet vol met wilde gedachten.
Hoe noemde Kerouac dat ook al weer?
Satori - de schop in het oog.
De schop in het oog.
Is er iets anders dan satori, er zou niks anders moeten zijn dan satori.
In de auto luister ik, de weg glijdt gedachtenloos onder me weg. Vraag me niet waarnaar ik luister, kan het niet vertellen. Weet het niet, het maakt geen indruk, raakt me niet aan.
Het is goed.
Blogged with the Flock Browser
mislukt
Ook dat is verleden tijd, op de website www.deletedimages.com vinden mislukte foto's een nieuw onderkomen. Er zitten prachtige exemplaren bij.
zonde
Bijna een maand geen woord toegevoegd aan de blog, schande! Druk met ander schrijven, ouderwets op papier, vandaar.
Vrouw en kinderen zijn boodschappen doen, het zonnetje schijnt. De voeten schreeuwen door de schoenen dat ze moe zijn, stelletje aanstellers.
De post bracht niet meer dan een rekening en een ansicht, meestal is het alleen een rekening.
Langzaam wordt het later, maar zelfs dat is geen nieuws sinds iedereen klok kan kijken.
"Kijk een scholekster!"
"Waar?..."
"Daar! Kijk dan!"
"Ik kijk toch... ik zie 't niet."
"Ja, nou ben je te laat!"
De klok van de buren slaat, even tellen, het is zes uur. De telefoon staat naast me, maar niemand belt. Niet dat ik eenzaam ben, hoor, ik ben alleen maar alleen.
Hallo?
Vrouw en kinderen zijn boodschappen doen, het zonnetje schijnt. De voeten schreeuwen door de schoenen dat ze moe zijn, stelletje aanstellers.
De post bracht niet meer dan een rekening en een ansicht, meestal is het alleen een rekening.
Langzaam wordt het later, maar zelfs dat is geen nieuws sinds iedereen klok kan kijken.
"Kijk een scholekster!"
"Waar?..."
"Daar! Kijk dan!"
"Ik kijk toch... ik zie 't niet."
"Ja, nou ben je te laat!"
De klok van de buren slaat, even tellen, het is zes uur. De telefoon staat naast me, maar niemand belt. Niet dat ik eenzaam ben, hoor, ik ben alleen maar alleen.
Hallo?
klaagzang
De kinderen kijken naar SpongeBob, de kaassoufflé gele schreeuwlelijk met vierkante broek. Het zonnetje schijnt, de darmen rommelen. Het enige dat de postbode brengt, is een bankafschrift, en niet eens voor mij.
De overbuurman poetst de wieldoppen van zijn auto met een tandenborstel - ik weet het, dat klinkt ongeloofwaardig - maar dat is wel vaker zo met de waarheid.
Ik drink cola om de ingewanden tot rust te brengen, een uitstekend middeltje dat ik geleerd heb van een Afghaan.
Collega's praten over de eerste bloemen die de kopjes boven de aarde uitsteken, die competitie heb ik verloren, in mijn tuin is alles nog dor en teneergeslagen. Ik kan niet altijd winnen, al is dat soms moeilijk te accepteren.
De overbuurman poetst de wieldoppen van zijn auto met een tandenborstel - ik weet het, dat klinkt ongeloofwaardig - maar dat is wel vaker zo met de waarheid.
Ik drink cola om de ingewanden tot rust te brengen, een uitstekend middeltje dat ik geleerd heb van een Afghaan.
Collega's praten over de eerste bloemen die de kopjes boven de aarde uitsteken, die competitie heb ik verloren, in mijn tuin is alles nog dor en teneergeslagen. Ik kan niet altijd winnen, al is dat soms moeilijk te accepteren.
Abonneren op:
Posts (Atom)