1958

Alles moet sneller. Een snellere computer met een snellere internetverbinding. Een snellere auto met een zwaardere motor en grotere uitlaat met meer geluid. Een gestroomlijnde step, afzetten met een krachtiger been. Kokend water in drie seconden. De electrische puntenslijper. De twintig pagina's per minuut spugende kleurenprinter. Ieder kwartier een bus om in te stappen en naar de grote stad af te zakken. De magnetron. De beschrijfbare cd. Het luisterboek.
Afreizen naar 1958. In het reuzenrad met de houten bakjes stappen. Latten met kieren ertussen. Een kwartiertje draaien, een kwartiertje gedwongen stilzitten en angsten beteugelen.
Zwaaien. Kijk mij eens! Hoger dan de bomen, de misselijkheid wegslikken. Met rode konen uitstappen en weer achter in de rij aansluiten.

Geen opmerkingen: