Ik moet een jaar of vijftien, zestien geweest zijn, middelbare school. Roken op de trappen voor de ingang, praten met de conciërge over muziek. Iedere dag hetzelfde liedje, een hele lente lang.
Eén van de meiden uit het examenjaar loopt de trappen op, onder haar arm een plaat. Pearl van Janis Joplin. Wijzend naar de plaat zegt de conciërge die moet je horen.
De plaat in mijn handen, de hoes uitvoerig bekijkend, een laatste shaggie voor de volgende les begint.
De eerst volgende zaterdag lift ik naar de dichtsbijzijnde stad met een redelijk gesorteerde platenzaak. Zonder de plaat gehoord te hebben tel ik vijftien zuurverdiende guldens neer en lift ik terug naar huis.
Zodra de naald alle groeven heeft geraakt ben ik verkocht en begin ik opnieuw aan de zwanenzang van de ongelukkige zangeres, dood voor ik geboren ben. Deze vrouw zingt niet, ze leeft de muziek.
Sinds die zaterdag heb ik veel meer Joplin gekocht en gehoord. Zoals dat zo vaak gaat verdween Joplin in de jaren naar de achtergrond door de ontdekking van nieuwe muziek. Oren blijven zich ontwikkelen.
Gisteravond was ze even terug, even zat ik weer op de trappen van de middelbare school. Het meisje uit het examenjaar kwam er weer aanlopen. Na al die jaren weet ik nog steeds haar naam niet, zal ik ook wel nooit meer achterkomen. Dat is prima.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten