zakmes

Ik heb een zwakke plek. Een onverklaarbare zwakke plek voor zakmessen. Niet de Zwitserse messen met schroevendraaiers, zagen, kurkentrekkers, blikopeners, scharen en tandenstokers. Het mes, niet meer en niet minder.

Een vitrinekast vol zakmessen kan ik lang naar staren voor ik besluit welk mes mee naar huis gaat.

De vorm, het houten handvat. Rostfrei onderaan het lemmet.

De zakmessen liggen in iedere kamer van het huis, in het handschoenenkastje van de auto, in de schuur. Ik gebruik zelden een zakmes. Soms klap ik er een open en staar ik er een kwartiertje naar. Af en toe schil ik een appeltje zonder dat ik echt zin heb in een appeltje.

Niet iedere afwijking is te verklaren.

Op de duim van mijn linker hand een litteken, -tig jaar geleden klapte een zakmes over mijn duim dicht en spleet de top in tweeën. Flauwgevallen van de pijn, niks van geleerd.

Geen opmerkingen: