Harry moet eerst even nadenken als de psychiater vraagt wat voor dier hij in een volgend leven zou willen zijn. Harry gelooft niet in reïncarnatie, dood is dood, denkt Harry. Maar ja, dáár kan Harry niet mee aankomen, hij wil waar voor zijn geld. Die psychiater vraagt genoeg per uur en al is Harry tot in de puntjes verzekerd, dit keer moet hij zelf betalen.
Harry denkt zo hard na, dat hij het in zijn oren hoort kraken. Pijn doet het. Wat voor dier zou hij willen zijn.
De psychiater kijkt hem ondertussen verwachtingsvol aan, dat ziet Harry ook wel. Hij moet nu toch met een antwoord komen, wil hij niet gelijk gedwongen opgenomen worden.
Dan, zonder dat Harry weet waar het vandaan komt, rolt het van zijn tong: een slak.
Hij schrikt er zelf van en kleurt rood. Er is geen weg meer terug en dus verzint Harry de rest er ook maar bij: die heeft nooit haast.
De psychiater lijkt diep in gedachten verzonken, heeft hij het wel gehoord? Als Harry zijn mond open doet om snel een ander dier te noemen, zegt de psychiater: juist ja, een slak dus.
Er is geen hoop meer, Harry is verloren.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten