De dagboeken van C. Buddingh'

Nu ik Een mooie tijd om later te worden heb gelezen, kan ik zeggen dat ik klaar ben met de dagboekaantekeningen van C. Buddingh'. Ik heb vijf delen gelezen, meer is er niet. Ik kan het niemand aanraden. De dagboekaantekeningen zijn - om met W.F. Hermans en Jeroen Brouwers te spreken - kneuterig. Zie hier.
Waarom dan toch alle vijf de delen gelezen? Het antwoord is simpel en tweeledig:

1. een oordeel over een boek mag men - lees ik - pas hebben wanneer het boek gelezen is;

2. voor het slapen gaan las ik een paar bladzijden in de dagboeken, perfect om de slaap te vatten.

En toch kan ik het niet over mijn hart verkrijgen de dagboeken van Buddingh' naar de kringloop te brengen. Ondanks de kneuterigheid, ondanks de ergernis tijdens het lezen, heeft het wat. De dagboeken staan in de boekenkast boven, naast de boeken van W.F. Hermans, ze maken geen ruzie.
De boeken van Jeroen Brouwers staan beneden, in de woonkamer, op een ereplekje.

Geen opmerkingen: