Hélène Swarth



Nu slingert Winter blanke parelsnoeren
Om 't armoe-naakt der bruine boomentwijgen,
Gehoonde slaven die zich rillend nijgen;
De grimm'ge Winter moet zijn wil volvoeren.
__
Rouwzwarte raven, klaaglijk roepend, stijgen
Uit neveldreven waar ze op lijken loeren.
Stormwilde meeuwen laten mak zich voeren
Op grijzen vijver, waar de waatren zwijgen.
__
O boomen trouw, in ketenen geslagen!
O meeuwen trotsch, van de eigen zee verdreven!
O vijver vrij, die menschenvolk moet dragen!
__
Uw winterlijden lijkt mijn dichterleven:
De strenge Stof, die doet zoo droef mij klagen,
Knelt, temt en stremt mijn Ziel, die vrij wil streven.

Geen opmerkingen: