Elf kwasten van verschillende dikte liggen op het aanrecht. De man op het doek draagt een hoed. De straat is opgebroken, rioolbuizen liggen op de stoep. Tijdens het wachten ontvangen ze spelende kleuters. Ze kruipen heen en weer, schuilen voor de regen. Maandag komt de man met de schop terug, om het werk af te maken.
Ik lees iets van Thomas Verbogt - toneel - en ben niet onder de indruk. Het blijft fantasie, geen leven.
De deur blijft gesloten, alleen de brievenbus zorgt voor frisse lucht.
Aan de takken hangen druppels ipv bladeren, het zweet van de harde regens. En geen koolmees laat zich nu nog zien.
Niemand is echt ziek, maar achter elkaar hikken we er tegen aan. Vanavond erwtensoep. Op de gele stoel heeft vandaag nog niemand gezeten en het licht wordt al uit de dag getrokken.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten